Boek
Nederlands

De onzichtbaren

Roy Jacobsen (auteur), Paula Stevens (vertaler)
Begin 20ste eeuw groeit een meisje, letterlijk en figuurlijk, met tegenwind op op een eilandje voor de Noorse kust, dat niet te zien is vanaf de kust, maar vanwaar het vasteland wel te zien is.
Titel
De onzichtbaren
Auteur
Roy Jacobsen
Vertaler
Paula Stevens
Taal
Nederlands
Oorspr. taal
Noors
Oorspr. titel
De usynlige
Uitgever
Amsterdam: De Bezige Bij, 2020
251 p.
ISBN
9789403196602 (hardback)

Besprekingen

Hard labeur en dromen

Op een Noors eiland leidt de familie Barrøy al eeuwen het­zelfde leven, tot hun zekerheden aan het wankelen gaan.

Op een windstille julidag maakt de dominee de oversteek naar het eiland waar Hans Barrøy en zijn gezin wonen. Het eiland draagt hun naam, Barrøy, en buiten Hans, zijn vrouw Maria en dochter Ingrid, die gedoopt zal worden, zijn oude vader Martin en zwakbegaafde zus Barbro leven er alleen maar schapen en vogels. Deze plek voor de kust van Noorwegen is een kleine kilometer lang; Barrøy is een eiland met veel rotsen, kleine grazige dalen en witte stranden. Eind negentiende eeuw zijn er veel zulke eilanden waarop al generaties lang dezelfde familie woont. Ze houdt er schapen en droogt stokvis en in de winter gaat de man des huizes mee met de boten die op kabeljauw bij de Lofoten vissen. Het is een ruig en geïsoleerd bestaan, waar na de storm op de stranden andermans leven aanspoelt.

De personages van de Noorse schrijver Roy Jacobsen zijn bijna onzichtbaar voor de rest van de wereld. Als de eilanders niet hard labeuren, dromen ze: Hans van een kade zodat …Lees verder

Grensland

Leven op een eiland, het klinkt als een droom. Tenzij dat eiland voor de Noorse kust ligt en dagelijks door de natuurkrachten gegeseld wordt. Maar biedt het vasteland redding?

Ingrid Barrøy droomt van het vasteland. Niet omdat haar leven op een eiland voor de Noorse kust zwaar is – hard werken schrikt haar niet af, geeft ook zin aan het bestaan – maar puur uit nieuwsgierigheid. Hoe ziet de wereld eruit als die wereld niet beperkt is tot een paar vierkante kilometer land te midden van een woeste, koude zee?

Haar vader Hans denkt daar anders over. Het is zijn eiland, van hem alleen, en die vrijheid wil hij niet opgeven. Maar hij wil het vasteland wel iets dichterbij hebben. Hij droomt van een kade waar het melkschip wekelijks kan aanleggen. Dan zou hij koeien kunnen kweken en hoeft hij niet zelf naar de handelspost te zeilen. Grootvader Martin vindt het een dwaas plan maar nu zijn krachten tanen, heeft zijn zoon beslissingsrecht – zo zit de natuurlijke orde in elkaar – en dus bouwen ze samen een nieuwe voorraadschuur en heien ze palen voor een aanlegsteiger.

Daar denkt de wind dan weer anders over: hij droomt va…Lees verder

Evenals in 'Wonderkinderen', de vorige uit het Noors vertaalde roman van Jacobson (1954), ontmoet de lezer hier een kind dat opgroeit met tegenwind. Letterlijk en figuurlijk. Het is 1913, Ingrid (3) woont op het fictieve eilandje Barrøy in Noord-Noorwegen met haar ouders (Hans en Maria), Hans' vader en zuster (Martin en Barbro). Vanaf Barrøy kunnen de bewoners het vasteland zien, maar vanaf daar is het eiland onzichtbaar. De vrouwen knopen en repareren netten, verzamelen vogeleieren, snijden turf, kweken groenten en aardappelen, verzorgen het vee... Allemaal volgens tradities van generaties. Ingrid groeit op en leert van haar vader 'naar de zee te kijken en niet bang te zijn als de zee op haar onstuimigst en leerzaamst is.' 's Winters gaat Hans naar de Lofoten om vis te vangen en te handelen; de vrouwen beheren huis en haard. Als jong meisje treedt Ingrid in dienst bij een rijke familie aan de wal en in 1928 keert ze, noodgedwongen, terug. Het boek leest als een schilderijenexpositie…Lees verder